Introductie | Leerdoelen | Defibrilleren | Kenmerken | Gebruik | Juridisch

Inleiding

In ons land worden jaarlijks ruim 10.000 mensen buiten het ziekenhuis getroffen door een circulatiestilstand. In 80% van de gevallen gebeurt dat thuis en in 20% vindt dat plaats op straat, in het openbaar vervoer, op het werk of op het sportveld.
Bij een circulatiestilstand is vroegtijdig alarmeren, hartmassage en beademing de eerste en meest eenvoudige hulp die men kan en moet bieden.

 

Deze handelingen zullen in het algemeen niet leiden tot herstel van de circulatie, maar zullen vooral het ontstaan van schade aan hersenen en hart, als gevolg van de circulatiestilstand vertragen.
Hartmassage en beademing worden uitgevoerd in afwachting van geavanceerdere medische maatregelen. Defibrillatie is zo‘n maatregel.

Bij een circulatiestilstand die slechts enkele minuten bestaat, is de kans dat de onderliggende hartritmestoornis ventrikelfibrilleren betreft 60-70%.
Hoe eerder de defibrillatie wordt uitgevoerd des te groter is de overlevingskans van het slachtoffer.
Onder zeer gunstige omstandigheden buiten het ziekenhuis bedraagt de overlevingskans zo’n 75%.
De kans op overleven daalt met ca. 10% per minuut als de basale reanimatie en/of defibrilleren wordt uitgesteld. Tot de komst van de AED was defibrilleren voorbehouden aan het ambulancepersoneel.
Nederland heeft een goede ambulancezorg, maar het is onvermijdelijk dat het enige tijd duurt alvorens een ambulance ter plaatse is, gemiddeld zo‘n 10 minuten. Dit is voor een slachtoffer met een circulatiestilstand erg lang.
De overlevingskans van een slachtoffer met een circulatiestilstand buiten het ziekenhuis bedraagt thans ten hoogste 20%.
De NRR (Nederlandse Reanimatie Raad) onderschrijft met kracht de noodzaak van een vroegtijdige alarmering, reanimatie, defibrillatie en een vroegtijdige specialistische hulp.
In dit kader wijst de NRR specifiek op het belang van de snelle defibrillatie.
Met een AED kan onder gecontroleerde omstandigheden veilig, snel en efficiënt gedefibrilleerd worden door anderen dan de ambulancezorgverleners.
De AED biedt perspectief in de strijd tegen een plotselinge circulatiestilstand op basis van ventrikelfibrilleren.

Voorwoord

Ventrikelfibrilleren (VF), ook wel kamerfladderen genoemd, is een toestand waarbij de spiervezels van de hartkamers wel samentrekken, maar niet gecoördineerd.
Hierdoor heeft het hart geen pompfunctie meer en is er sprake van een circulatiestilstand. Defibrilleren is dan noodzakelijk, middels een defibrillator, ook wel AED (Automatische Externe Defibrillator genoemd.

Een ventrikelfibrillatie komt veel voor bij acute onwelwordingen. Als je iemand op straat, in de winkel, op het werk, op school of thuis plotseling onwel ziet worden, is de kans groot dat de patiënt te maken heeft met een op hol geslagen hart. Het is dan belangrijk om binnen tien minuten met behulp van een AED een stroomstoot te geven. In dat geval is er 70 procent kans dat deze hartritmestoornis opgeheven wordt en het hart weer normaal gaat kloppen.
Na die tien minuten fibrilleren is er meestal sprake van een volledige hartstilstand. Zolang het hart fibrilleert, kun je met een AED werken. Heb je geen AED in de buurt, ga dan in elk geval reanimeren, want daardoor hou je het ventrikelfibrilleren langer in stand. Dat kan net genoeg zijn tot de ambulance komt. De cursus heeft alleen al daarom een toegevoegde waarde boven de cursus leren reanimeren. De cursus AED is slechts toegankelijk voor mensen die eerst een basiscursus reanimatie hebben gevolgd en die daarvan een geldig certificaat hebben. De cursus AED is een zinvolle, nuttige en vaak levensreddende toevoeging na de cursus reanimatie. Ik kan dan ook iedereen adviseren om de eerder met succes gevolgde cursus reanimeren af te ronden met de cursus AED.

Jan Franssen
Verpleegkundig teamleider Spoedeisende Hulp van het Laurentius Ziekenhuis in Roermond,
Cursusleider Reanimatie Hartpatiënten Nederland.

Introductie | Leerdoelen | Defibrilleren | Kenmerken | Gebruik | Juridisch