Introductie | Leerdoelen | Defibrilleren | Kenmerken | Gebruik | Juridisch

AED Kenmerken

1. Gesproken aanwijzingen

De AED leidt de hulpverlener door de hulpverlening met behulp van gesproken aanwijzingen en soms ook tekstaanwijzingen in een schermpje.
Voorbeelden van gesproken aanwijzingen zijn: “Hou afstand”, “raak het slachtoffer niet aan”, “analyseert nu”, “laadt op (voor schok)”, “geen schok geadviseerd”, “start reanimatie”.

2. ECG

Sommige apparaten hebben de mogelijkheid het ECG weer te geven op een scherm. Dit is niet noodzakelijk en kan zelfs de hulpverlening vertragen.
Deze mogelijkheid heeft alleen zin bij getrainde hulpverleners (artsen, ambulancepersoneel).

3. Analyse

De AED zal het hartritme van het slachtoffer interpreteren en vervolgens beslissen of er al dan niet een stroomstoot noodzakelijk is. Vanwege deze interpretatie door de AED is het niet noodzakelijk dat de hulpverlener verstand heeft van hartritme-interpretatie. Daardoor kan de AED door basishulpverleners gebruikt worden. Het apparaat herkent kamerfibrilleren met bijna 100% nauwkeurigheid. Dat betekent dat bijna altijd een stroomstoot geadviseerd zal worden als dat nodig is, maar dat er geen enkel risico is dat een stroomstoot zal worden gegeven als dat niet nodig is.

4. Geheugen

Alle AED’s hebben een systeem om belangrijke gegevens te verzamelen en op te slaan. Bijvoorbeeld de tijd, het ECG en wanneer knoppen zijn bediend.
Sommige AED’s registreren ook wat er gezegd wordt door hulpverleners en omstanders.
Het geheugen kan overgezet worden op een computer of geprint worden na een inzet.
Deze informatie is van vitaal belang voor de verdere hulpverlening aan het slachtoffer na een succesvolle reanimatie, maar is ook van essentieel belang voor medisch, wetenschappelijk onderzoek en verdere ontwikkeling van het AED-beleid.

 


Introductie | Leerdoelen | Defibrilleren | Kenmerken | Gebruik | Juridisch