Inleiding

Mensen houden wel eens de adem in... maar niet voor lang. Logisch! We kunnen eenvoudig niet zonder. De lucht die we inademen bevat namelijk zuurstof. Die zuurstof zorgt ervoor dat het lichaam in bedrijf blijft. De hersenen, je zou kunnen zeggen: de “centrale meld- en regelkamer” van het lichaam, vallen het eerst uit als de toevoer van zuurstof stopt. Het slachtoffer raakt snel bewusteloos. Na vier à vijf minuten raken onderdelen van de hersenen onherstelbaar beschadigd.

Er is dus alle reden om ervoor te zorgen, dat de zuurstofvoorziening weer zo snel mogelijk op gang komt. Uiteraard kan iemand met een hartstilstand en/of een ademstilstand daar zelf niet voor zorgen. Daarvoor is hij of zij aangewezen op iemand die kan reanimeren. Die daardoor een lichaam in redelijke conditie kan houden in afwachting van de ambulance. Wachten tot professionele hulp komt, kan niet, omdat het dan definitief te laat is. Daarom is het slachtoffer in eerste instantie aangewezen op een huisgenoot, een collega, een toevallige voorbijganger, misschien u wel... Gelukkig kan in principe iedereen leren reanimeren. Een medische vooropleiding heb je er niet voor nodig.

Helaas is reanimatie alleen – hoe succesvol ook uitgevoerd – niet voldoende. Er moet zo snel mogelijk meer hulp komen. Direct een arts en/of ambulance waarschuwen (1-1-2) is uitermate belangrijk. De totale hulpverlening bestaat uit een aantal onderdelen: snelle alarmering, directe reanimatie, snelle defibrillatie en vroege specialistische hulp. Bij een goed werkende hulpverlening verdubbelen de overlevingskansen van het slachtoffer en u kunt die schakel zijn in deze keten van hulp.




Dit cursusboek beschrijft de theorie van de reanimatietechniek. Die informatie is erg belangrijk maar tegelijkertijd onvoldoende. De fijne kneepjes van het reanimeren krijgt u alleen door oefening onder de knie. Daarom zijn ook de jaarlijkse herhalingslessen zo belangrijk. N.B. Het is belangrijk te weten dat het cursusboek zo is opgebouwd, dat de illustraties de tekst ondersteunen. De rood aangegeven lijnen in de illustratie geven de actie en/of beweging beschreven in de rode tekst weer.